Vachtverzorging
De hoeveelheid verzorging die de vacht van je hond nodig heeft is afhankelijk van het soort vacht dat de hond heeft.
Elk ras heeft zijn specifieke kenmerken en dus ook een specifieke vacht, toch zijn er wel een aantal vachtsoorten te onderscheiden.
Haarloos:
Voorbeelden van honden die haarloos zijn: De Chineese naakthond en Mexicaanse naakthond.
Soms hebben deze honden wel nog wat haar op de kop, staart en poten. Omdat deze honden geen beharing hebben zijn ze gevoelig voor zon en kou.
Kort/gladhaar:
Voorbeelden van honden die een kort/gladharige vacht hebben: Dalmatiër en Boxer.
Deze honden hebben een stevige korte bovenvacht en geen tot weinig ondervacht.
De dekharen verharen het hele jaar door, hierdoor is er meestal geen echt rui-periode.
De vachtverzorging voor deze honden heeft niet veel omhanden. Als er veel losse haren in de vacht zitten kun je
met een rubberen borstel de hond borstelen. Meestal is dit zo'n 1 keer per 2 à 3 weken nodig.
Stokhaar:
Voorbeelden van honden die onder de stokharen vallen zijn: Labrador Retriever en Berner Sennen.
Deze honden hebben een dubbele vacht: een wollige zachte ondervacht en daarover korte dekharen. De ondervacht laat 2 keer per jaar in zijn geheel los. In het voorjaar laat de dikke wintervacht los en maakt plaats voor de dunnere zomervacht, in het najaar wisselt de zomervacht voor de wintervacht. De dekharen verharen gedurende het hele jaar.
Binnen de stokharen wordt nog onderscheid gemaakt in 2 verschillende lengtes, de kort stokhaar en de lang stokhaar. De kortstokhaar heeft een korte bovenvacht én een korte ondervacht, de lang stokhaar heeft een korte bovenvacht met een langere ondervacht. De vachtverzorging vraagt wat meer zorg tijdens de rui-periodes. Daarbuiten is 1 keer per week borstelen met een grove of rubberen borstel voldoende.
Langhaar:
Voorbeelden van langharige honden zijn: Schapendoes en Maltezer.
Deze honden hebben een lange bovenvacht met weinig of veel ondervacht. Dit is afhankelijk van het ras.
De vacht met weinig onderwol verhaart volgens mozaïekverharing, dit houdt in dat de onder- en bovenvacht tegelijktijd verharen maar dat dit steeds op een ander deel van het lijf van de hond gebeurd en zich zo verspreid als het ware.
De vacht met veel ondervacht verhaart het gehele jaar door geleidelijk.
Vooral de vachten met veel onderwol vergen nogal wat onderhoud. Om te voorkomen dat de vacht gaat klitten doordat de loskomende onderwol in de vastzittende onderwol blijft haken, moet de hond toch 1 à 2 keer per week goed geborsteld worden. Het beste kun je hiervoor een universeelborstel of een rechte pennenborstel gebruiken.
Ruwhaar:
Voorbeelden van honden met een ruwharige vacht zijn: Ruwhaar teckel en Bouvier
Deze honden hebben ook een ondervacht en dekhaar. Deze vacht heeft eens in het halfjaar een totale rui van de dekharen.
De vacht van deze honden moet regelmatig geplukt worden, de haren komen namelijk wel los te zitten maar vallen niet vanzelf uit. Dit plukken is meestal elke 4 tot 6 maanden nodig. Bij het plukken worden alleen de loszittende dekharen verwijderd zodat de ondervacht zichtbaar wordt. Het plukken doen we door met onze duim en wijsvinger steeds een plukje haar omhoog te halen waarna we deze uit de vacht trekken.
Kroes/krulhaar:
Voorbeelden van honden met kroes/krulhaar zijn: de grote Poedel en de Kerry Blue Terriër.
Deze honden hebben eigenlijk alleen maar onderwol. Deze vacht verhaard maar blijf ook groeien.
Doordat deze vacht sterk krult moet hij regelmatig geborsteld worden om o.a. losgekomen haren eruit te kunnen halen. En doordat de vacht blijft groeien moet deze ook met regelmaat worden geknipt.
Vilthaar:
Voorbeelden van honden met vilthaar zijn: Komodor en Puli.
Deze honden hebben onderwol en dekhaar dat beide even lang is. Deze vacht verhaart, maar doordat deze haren in de vacht blijven ontstaat er een 'rastavacht' Door de structuur van deze vacht heeft het een natuurlijke manier van vervilten. De strengen die hierdoor ontstaan moeten tot op de huid worden ingescheurd. Hierdoor krijgt de huid weer lucht.
|